Episode 1

Het is al weer een paar weken geleden dat onze vrienden: Wim, Henelih, Tinkerbel en Brållbøbbur (aka Bob) hun eerste avontuur hebben beleefd. Ze zijn nu wereldberoemd in Entling, het dorp waar ze wonen.

Zoals gebruikelijk zitten op vrijdagavond onze vrienden in de plaatselijke taverne aan een stuk pizza en wat bier en mede. Omdat het buiten guur, koud en mistig is en er thuis niet veel te doen is in dit jaargetijde zit bijna het hele dorp in de taverne. Het is er een gezellige drukte.

Het is al wat later op de avond als plotseling de deur van de taverne wordt opengegooid. Het geroezemoes verstomd en het is muisstil als een donker silhouet uit de mist de taverne binnen loopt. Het is een man gekleed in fleurige felgekleurde kleding. Zijn hoed staat scheef op zijn hoofd waardoor je zijn ogen niet kan zien. Hij kijkt de taverne rond en zijn blik blijft op de tafel van onze vrienden rusten. Als hij naar hun tafel loopt is het enige geluid zijn voetstappen en het gerinkel van de geldbuidel die aan zijn riem hangt. Iedereen in de taverne kijkt hem na en houd zijn adem in benieuw naar wat er gaat gebeuren.

Eenmaal bij de tafel zegt hij tegen de vrienden: "Gegroet avonturiers. Mijn meester heeft jullie hulp nodig." En hij legt een brief op tafel met de mededeling: "Als jullie op zijn verzoek ingaan vertrek dan morgenochtend in noordelijke richting. Het is niet veilig om 's nachts door de bossen te trekken. Je kan mijn meester vinden op zo'n 5 uur lopen". Daarna loopt hij verder naar de bar, legt zijn geldbuidel op de bar en zegt tegen de barman: "Dit moet voldoende zijn om iedereen van drank te voorzien. Ieders keel moet duidelijk gesmeerd worden. Het is hier zo stil". De zonderlinge man draait zich om en loopt naar buiten waarna er een zucht van opluchting door de taverne klinkt en iedereeen graag zijn gratis pul bier bij de bar wil halen.

De vrienden zitten nog om de tafel en staren naar de brief. In hun hoofd zien ze visioenen van vleermuizen die in zulke grote getallen aanwezig zijn dat ze het er zeer benauwd van krijgen....

Zijn nieuwsgierigheid niet langer in bedwang houdend opent Henelih de brief en leest hem voor aan de groep:


		Gegroet avonturiers van eer en moed.

		Ik, een nederige bediende van de stad Barovia, wens u alle goeds 
		en verzoek U om de broodnodige hulp te verschaffen.

		De liefde van mijn leven, Irena Kolyana, is getroffen door iets 
		zo duister dat zelfs de goede mensen van Barovia haar niet meer 
		kunnen helpen.
		Ze kwijnt langzaam weg door haar aandoening en ik zou haar graag 
		willen behoeden voor verder leed.

		Ik bezit veel rijkdommen en schenk u met alle liefde alles wat ik 
		bezit indien u gehoor wil geven aan deze oproep.

		Kom snel want haar laatste uren hebben geslagen.

	
							Kolyan Indirovich
							Burgomaster
	

De volgende ochtend is de groep vroeg op. Het is nog steeds erg mistig en waterkoud als ze naar de plaatselijke drogisterij lopen om een aantal health potions te kopen. Het zal ze toch niet gebeuren dat ze halverwege de tocht allemaal het loodje gaan leggen. Nadat ze nog wat navraag hebben gedaan over Barovia en waar dat zou kunnen liggen, niemand heeft er ooit van gehoord, vertrekken ze rond de klok van 9 uur richting het noorden. Nadat ze meer dan 2 uur gelopen hebben en het toch echt wel rond het middaguur zou moeten zijn is de mist nog niet opgetrokken. Sterker nog het is alleen maar mistiger geworden en moeten de vrienden, een beetje ongemakkelijk, hand in hand lopen om elkaar niet kwijt te raken. Ze kunnen niet eens de loofbomen zien die naast de kant van de weg horen te staan. Zo mistig is het dus. Op een gegeven moment lijkt de mist dan toch wat dunner te worden en zien ze naast de weg geen loofbomen maar dennebomen staan. Dat is raar want die zijn tot ver rond het dorp helemaal niet te vinden. Hier is duidelijk iets raars aan de hand.

Plotseling duiken er voor hen in de mist twee grote silhouetten op en blijft de groep verschrikt stil staan. Wat zou het zijn? Tinkerbel neemt het op zich om voorzichtig wat vooruit te lopen om te kijken of hij kan zien wat er voor hen opdoemt. Hij neemt een paar stappen opzij en is in de mist verdewenen. Altijd fijn zo'n vriend die weet hoe hij zich onzichtbaar moet maken. Langs de kant van de weg kruipt Tinkerbel langzaam naar voren toe. Het blijken twee zeer grote stenen standbeelden te zijn waarvan de hoofden zijn verdwenen. Die liggen achter de beelden aan de kant van de weg. De standbeelden zijn verweerd en de hoofden overwoekerd door onkruid. Ze staan hier duidelijk al heel lang. Achter de beelden staat een hek. Dicht.

Weer terug bij de groep verteld Tinkerbel wat hij heeft gezien. Wat moeten ze nu doen? Wim besluit dat ze maar gewoon door moeten lopen om het hek te onderzoeken. Dat vinden ze allemaal een goed idee. Zo gezegd zo gedaan. Als de groep nog maar een paar meter van het hek verwijderd zijn gaat het hek piepend open en kunnen ze doorlopen. Even blijft de groep twijfelend staan maar dan lopen ze toch maar door. Kennelijk worden ze verwacht.

Na weer een hele tijd in de mist te hebben gelopen pikt Henelih een aparte geur op. Na een paar passen weet hij het zeker. Hij ruikt de geur van rottend vlees. Deze lucht gaat hij niet snel vergeten. Als hij dit verteld tegen de groep lopen ze in ieerste instantie door totdat de stank weer mnder wordt. Ze zijn de bron voorbij gelopen. Nu kunnen ze doorlopen of willen ze weten waar die lucht vandaan komt? Ze besluiten om te onderzoeken waar die lucht vandaan komt en na enig zoeken vinden ze in de rand van het bos een aangevreten en rottend lichaam. Hoe dat lichaam hier terecht is gekomen is ze een raadsel. Hadden ze het lichaam goed onderzocht dan hadden ze kunnen zien dat het aangevallen is door een roedel wolven. Wat ze wel vinden is de brief die deze persoon bij zich had. De inhoud van de brief wordt door Tinkerbel voorgelezen:


		Gegroet avonturiers van eer en moed.

		Ik, de burgomaster van Barovia, wens u alle goeds.

		Mijn geadopteerde dochter, de schone Irena Kolyana, 
		is de afgelopen nachten twee keer door een vampier gebeten.
		De afgelopen 400 jaar heeft dit wezen het levensbloed 
		van mijn mensen topt zich genomen. Nu kwijnt mijn 
		lieve Irena weg en zal ze sterven door de satanisch 
		wond veroorzaakt door dit gedrocht. 
		Hij is te sterk geworden om te overwinnen. 

		Daarom moet ik tot mijn spijt zeggen dat het beter is om 
		ons op te geven en dit land te mijden. Laat uw heiligen 
		bidden en alles aanwenden om dit monsters binnen de 
		grenzen van het rouwende Barovia te houden.

		Laat ons onze zorgen naar ons graf dragen en redt de 
		wereld van dit monster.

		Er is veel rijkdom in dit land. Kom terug voor je beloning 
		als wij allen zijn heen gegaan.
	
								Kolyan Indirovich
								Burgomaster

	

ondanks deze waarschuwende tekst gaat de groep toch door. Op een gegeven moment zien ze een aan de rand van de mist dat er een afslag is naar links en Wim besluit om eens te kijken of daar iets te zien is. Als hij de mist in stapt is hij vrijwel meteen verdwenen. Wim ziet geen hand voor ogen nadat hij in de mist is gestapt. Hij draait zich na twee stappen weer om en wil uit de mist lopen. Dat gaat nog niet zo makkelijk. Het duurt hem 10 minuten om weer op de plek van vertrek terug te komen. Gelukkig staat de rest van de groep daar nog te wachten. Dan maar weer verder de mist volgend. Het lijkt wel of de mist hen stuurt. Achter en naast de groep is de mist zeer dicht maar voor hen lijkt de mist iedere keer op te trekken.

Na nog een uur stevig doorlopen komen ze bij een vervallen plaatsnaam bord met de tekst: "Barovia". Zouden ze dan eindelijk op de plek van besteming zijn? Zonder veel van de bebouwing te laten zien stuurt de mist ze een lange straat in. Hier staan verderop in de straat twee kinderen. Als de groep dichterbij komt stelt de oudste zich voor als Rosa. Ze draagt een jurk. Het jongere broertje (Thorn) kijkt angstig en houd krampachtig een gehavend lappen popje vast. Rosa zegt dat ze niet naar binnen durven omdat er een monster in het huis zit terwijl ze naar het huis wijst waar ze voor staan.

Het huis ziet er, net als de andere huizen, gehavend uit. De naast staande huizen zijn duidelijk verlaten en alle ramen van die huizen zijn dicht getimmerd. Het hek van het huis is verroest en zwaait in de wind langzaam heen en weer terwijl het een klagend gepiep laat horen. Natuurlijk besluiten de helden om te helpen. De deur van het huis gaat makkelijk open en de mannen stappen naar binnen. Terwijl de voordeur dicht gaat zien ze nog net dat de kinderen langzaam oplossen in de mist...

De voordeur gaat niet meer open er is geen andere keus dan het huis verder in te gaan. De hal waar ze zich in bevinden ziet er goed verzorgd uit. Rechts hangt een schild met een familiewapen: Een gouden molen in een veld van rode bloemen. Naast het schild hangen twee portretten van, waarschijnlijk, de bewoners van dit pand. Tegenover de voordeur bevindt zich een mahoniehouten deur. Als de helden deze deur doorgaan komen ze in een statige ontvangsthal.

De ontvangsthal beslaat de volledige breedte van het huis. Rechts bevind zich een rode marmeren trap die naar boven leidt. Links bevind zich een zwart marmeren openhaard waar al lang geen vuur meer in heeft gebrandt. Boven de openhaard hangt een lang zwaard waarvan het heft de vorm heeft van een molen. De lambrisering die zich op alle wanden bevind vertoond kunstig snijwerk van wijnranken, bloemen, jonge dames en muziekanten. Als Wim het snijwerk beter bekijkt ziet hij dat het tafereel helemaal niet zo vrolijk is. overal tussendoor zijn slangen en doodshoofden weergegeven. Van boven komt het geluid van iemand die probeert te spelen op een klavecimbel. Er komen 6 deuren uit op de ontvangsthal.